In dit onderdeel leest u alles over de opgraving en de identificatie van de slachtoffers. De volgende onderwerpen komen aan de orde. Klik op uw keuze:

De gearresteerde begrafenisondernemer
De opgravingen
De trieste balans
Identificatie

Identificatie
Meteen na de eerste vondsten begon het Bureau Nationale Veiligheid met de identificatie van de 422 slachtoffers. Het identificeren verliep soms zeer moeizaam, zo waren er onvoldoende deskundigen om op korte termijn zo’n groot aantal lijken te identificeren. In geen enkel geval was het mogelijk om een stoffelijk overschot aan familieleden te tonen. En dat een aantal slachtoffers beroofd was van de eigen kleding en geen enkel persoonlijk bezit bij zich had, maakte het er niet eenvoudiger op. Men moest dus werken met wat er wél voorhanden was. Dat waren bijvoorbeeld plukjes haar, protheses en stukken kledingstof, vaak voorzien van initialen, wasmerken, en dergelijke. In een enkel geval konden foto’s van de stoffelijke resten worden getoond. En soms gaf alleen de toestand van het gebit een aanknopingspunt. Daarom werd ook de hulp ingeroepen van tandartsen, die de gebitsregistraties van hun patiënten vergeleken met de lijsten van vermisten.

Familieleden kregen het schouwingsrapport te zien en de zaken die bij de schouwing waren verzameld. Uiteindelijk werden vrijwel alle slachtoffers geïdentificeerd en kon worden begonnen met de herbegrafenis.