Na de officiële openstelling werd de Stichting ‘De Eerebegraafplaats te Bloemendaal’ opgericht.
Klik op uw keuze:

Oprichting van de Stichting
Doel van de Stichting
Blijvende zorg voor de begraafplaats
De overdracht
Het bestuur
Financieel zelfstandig

Blijvende zorg voor de begraafplaats
In het voorjaar van 1951 kwam de voltooiing van de Eerebegraafplaats in zicht. Toen begon men ook na te denken over de vraag hoe de begraafplaats zou moeten worden onderhouden en over wie de beheerstaken op zich zou moeten nemen. En niet in de minste plaats: hoe zou het onderhoud moeten worden bekostigd?

In het voorjaar van 1951 werd hiervoor contact gezocht met het bestuur van de Stichting 1940-1945. Beide stichtingen waren rond dezelfde tijd ‘aan nagenoeg eendere gevoelens ontsproten’. De Stichting 1940-1945 voelde zich verantwoordelijk voor de overlevenden van het verzet en voor de nabestaanden van de omgekomenen. De Stichting ‘De Eerebegraafplaats’ wilde aan het verlangen van de overlevenden tegemoet komen om de gevallenen een waardige laatste rustplaats te bezorgen. Er bestond dus, zo concludeerde men, een ‘sterke ideëele band’ tussen beide stichtingen.

Naast die band, was er vanaf het begin ook nauw contact geweest tussen beide. Zo hadden verschillende personen zitting in de bestuurscolleges van beide stichtingen. Verder hielp de Stichting 1940-1945 de Stichting ‘De Eerebegraafplaats’ met een lening door een ‘financiële grenssituatie’ heen. Ook was het secretariaat gedurende de oprichtingsperiode gevestigd in kantoorruimte van de Stichting 1940-1945. Niet onbelangrijk was, ten slotte, dat de regering achter de overdracht stond aan de Stichting 1940-1945.

Binnen het bestuur van de Stichting 1940-1945 waren de meningen over een overname verdeeld. De onduidelijke financiële toekomst baarde enkele bestuursleden zorgen. Maar de voorzitter, J. Smallenbroek, meende dat de Stichting 1940-1945 nog de enige organisatie was die representatief genoemd kon worden voor de hele illegaliteit. Hij vond het daarom ‘een erezaak dat een nationaal verzetsmonument in stand wordt gehouden door de dragers van het verzet’. Op 17 juli 1951 werd het principebesluit genomen ‘eventueel de begraafplaats in beheer en onderhoud [te] nemen’.